Scaphoidfractuur

Omschrijving

Het scaphoid is een handwortelbeentje aan de duimzijde van de pols. Een breuk kan onstaan door een val op de hand.

Scaphoidfracturen kunnen soms zeer weinig pijn geven. Een gemiste fractuur kan soms evolueren naar een non-union of pseudartrose (het niet aan elkaar groeien van de twee breukfragmenten), wat op langere termijn problemen kan geven. De reden waarom sommige breuken niet goed genezen is de geringe bloedvoorziening van een deel (proximale pool) van het scaphoid. Hoe proximaler de breuk, hoe kleiner de kans op spontane heling.

Naast de lokalisatie is ook de verplaatsing van de breuk belangrijk. Een breuk die geheeld is met een slechte stand van de breukfragmenten door verplaatsing noemt men een malunion.

Zowel non-union als malunion kunnen leiden tot artrose van pols en handwortel.

Klachten

Er is pijn en soms zwelling ter hoogte van de duimzijde van de pols en een verminderde beweeglijkheid van de pols. Soms is de pijn en zwelling zeer beperkt. Er is vaak drukpijn in de anatomische snuifdoos (kuiltje aan de duimzijde wanneer men de duim opent)

Oorzaak

Meestal ontstaat een scaphoidfractuur door een val op de hand of pols.

Onderzoeken

De diagnose wordt gesteld door het klinisch onderzoek en bevestigd door radiografie. Een niet verplaatste breuk is soms niet te zien op een eerste radiografie. Daarom is soms een scanneronderzoek noodzakelijk om de breuk aan te tonen.

Behandeling

Af en toe opteert men voor een conservatieve behandeling. Dit is meestal bij niet-verplaatste breuken in het distale deel van het scaphoid. Dan zal er een gips aangelegd worden voor 8 weken.

Gezien de moeilijke genezing van proximale pool fracturen, wordt er hier eerder geopteerd om de breuk te stabiliseren door middel van een schroef. Hierdoor is de kans op genezing groter en is er ook minder lang gipsimmobilisatie nodig. Ook bij een verplaatste breuk of een non-union is een ingreep met schroeffixatie nodig.

Bij een operatie wordt de breuk vastgezet met een schroef. Afhankelijk van de verplaatsing of al dan niet non-union, kan dit percutaan gebeuren (via een zeer kleine insnede) of via een grotere insnede om de de breukfragmenten goed op elkaar te laten passen. Voor een non- en malunion worden meestal botgreffen genomen t.h.v. het bekken of de radius.

Nabehandeling

Indien er beslist werd conservatief te blijven, zal een gipsimmobilisatie nodig zijn voor een 8-tal weken in functie van de kalkvorming over de breuk.
Indien de breuk gestabiliseerd werd met een schroef mag men vrij snel de pols beginnen bewegen. Meestal wordt dan nog een beschermende brace gegeven die gedragen dient te worden bij zwaardere activiteiten of belasting.

De behandeling van een non-union zal langer geïmmobiliseerd worden.
Complicaties die kunnen voorkomen zijn voornamelijk malpositie van de schroef en eventueel toch nog een non- of malunion.