Polsfractuur

Omschrijving

Een breuk van de pols wil zeggen dat ofwel het spaakbeen (radius) ofwel de ellepijp (ulna) of beide, ter hoogte van het polsgewricht gebroken zijn. Dit is meestal ten gevolge van een val op de uitgestrekte hand. Bij de behandeling moet worden gestreefd naar een perfecte stand van het gebroken bot en gewrichtsoppervlak. Dit is belangrijk om vroegtijdige artrose te voorkomen. De leeftijd speelt hier nauwelijks een rol. Patiënten die botontkalking (osteoporose) hebben, lopen gemakkelijker breuken op die vaak ook ernstiger zijn.

Klachten

Meestal zijn de symptomen duidelijk bij verplaatste fracturen. Er is dan meestal veel pijn en zwelling van de pols. Men kan de pols moeilijk bewegen en de minste mobilisatie doet pijn. Soms ziet men zelfs een scheefstand van de pols. Bij niet verplaatste fracturen zijn de symptomen soms minder uitgesproken.

Oorzaak

Een breuk van de pols is een zeer frequent voorkomende breuk, namelijk 1 op 7 van de breuken die zich aanmeldt op de spoedgevallendienst. Vaak is een val op de pols de oorzaak van de breuk. Grofweg zijn er 2 grote groepen patiënten: Kinderen tussen 10 en 15 jaar en volwassenen boven de 50 jaar.

Er is nog een derde kleinere groep, namelijk de jongvolwassenen waar de breuk veroorzaakt wordt door een val van grote hoogte of een verkeersongeval. Dit betreft meestal erg gecompliceerde breuken die een gespecialiseerde behandeling vereisen.

Onderzoeken

Met een gewone radiografie kan men de fractuur meestal zien en beoordelen. Bij ingewikkelde breuken en breuken die moeilijk te beoordelen zijn op gewone radiografieën, wordt meestal een bijkomende CT-scan genomen.

Behandeling

De behandeling hangt gedeeltelijk af van de leeftijd van de patiënt en zijn algemene gezondheidstoestand, maar voornamelijk van het soort breuk.
Indien de breuk nog op zijn plaats staat wordt er meestal geopteerd voor een behandeling met gips. De gipsperiode varieert van 3 tot 6 weken, soms nog gevolgd door het dragen van een polsbrace.

Indien bij kinderen de breuk verplaatst is, wordt deze onder verdoving rechtgeduwd en wordt nadien verder behandeld met gips.

Breuken die enkel met gips worden behandeld moeten regelmatig met een radiografie gevolgd worden om te zien of ze toch niet nog (terug) gaan verplaatsen.

Indien de breuk verplaatst is, wordt er meestal een operatie voorgesteld. Afhankelijk van het type breuk zal een verschillende behandeling worden uitgevoerd. Er kan geopteerd worden voor het plaatsen pinnen (volgens Kapadji). Dit is de meest eenvoudige manier waarbij de breuk met metalen pinnetjes goed wordt gezet. Deze pinnetjes worden doorheen de huid geplaatst en blijven 6 weken ter plaatse. Dit in combinatie met een gips.
Indien de pinnetjes niet voldoende stabiliteit geven wordt een titanium plaatje geplaatst dat gefixeerd wordt op het bot met schroeven. Dit vergt veelal een kortere gipsimmobilisatie en het plaatje moet zelden verwijderd worden.

In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij open fracturen of te veel zwelling, wordt er geopteerd om tijdelijk een externe fixator te plaatsen. Hierbij wordt een uitwendig frame op de pols geplaatst om de breukfragmenten te stabiliseren.

Nabehandeling

Het tijdstip waarop er gestart wordt met mobiliseren is afhankelijk van de breuk en zal door uw arts bepaald worden. Het is niet altijd noodzakelijk kinestherapie te starten. Er zullen op bepaalde tijdstippen controles gepland worden om de progressie te bekijken zodat complicaties op tijd opgespoord kunnen worden en kinesitherapie kan gestart worden indien nodig.

Gedurende de eerste drie maand herwinnen de patiënten geleidelijk aan de normale beweeglijkheid en kracht. Afhankelijk van de complexiteit van de fractuur kan er verstijving optreden waardoor de pols wat beperkt is in het strekken en/of plooien.