Anatomie

Onze handen vervullen meerdere doelen. Ze helpen ons bij het eten, het aankleden, het schrijven, het werken, kunst maken, en doen vele andere activiteiten. Hiervoor hebben onze handen gevoel en beweging van gewrichten, pezen en spierencoördinatie nodig. Wanneer er zich een probleem voordoet in de hand, moeten alle verschillende weefseltypes die de functie van de hand mogelijk maken, de nodige zorg krijgen.

Het domein handchirurgie betreft zowel chirurgische als niet-chirurgische behandelingen van aandoeningen en problemen die zich kunnen voordoen in de hand of de bovenste extremiteit (vanaf de top van de vinger tot de schouder).

Vele aandoeningen die voorkomen in het bovenste lidmaat kunnen behandeld worden door een handchirurg. Deze omvatten onmiddellijke zorg van een acuut letsel door een ongeval zoals bijvoorbeeld fracturen of pees- en zenuwletsels. Ook de zorg voor de behandeling en reconstructie van oude blessures, aangeboren (congenitale) problemen, artritis, infectie, zwellingen en tumoren valt onder hun vakgebied. Handchirurgen behandelen eveneens "overbelasting" syndromen en problemen zoals zenuw compressie syndroom en zwelling van pezen. Microchirurgie wordt gehanteerd bij de aanzetting van traumatisch geamputeerde delen en bij bepaalde hand reconstructies.
Sommige handchirurgen behartigen ook de aandoeningen aan de elleboog en schouder.

Hand en pols

Omdat in onze teksten anatomische Latijnse namen voorkomen, willen we hier een korte beschrijving en schematische voorstelling geven van de anatomie van de hand en pols.

De vingers bestaan uit falangen of vingerkootjes. Iedere vinger heeft er drie, behalve de duim, die heeft er slechts twee. Deze vingerkootjes zijn met elkaar verbonden door gewrichtjes. Zo hebben we het DIP (distale interphalangeale gewricht) en het PIP gewricht (proximale interphalangeale gewricht).

De vingers staan in verbinding met de middenhand, die bestaat uit metacarpalen, via de metacarpophalangeale (MCP) gewrichten.

De middenhand staat in contact met de handwortel of "carpus", die bestaat uit 8 carpale beenderen. De gewrichten worden carpometacarpale (CMC) gewrichten genoemd.

  • S = Scaphoid
  • L = Lunatum
  • Tri = Triquetrum
  • P = Pisiforme
  • H = Hamatum
  • C = Capitatum
  • T = Trapezoid
  • Tm = Trapezium

Deze 8 beenderen liggen ongeveer in twee rijen:

  • Trapezium, Trapezoid, Capitatum en hamatum vormt de distale rij.
  • Scaphoid, lunatum, triquetrum en pisiforme vormt de proximale rij.

Het gewricht tussen de twee rijen is het midcarpale gewricht.

De handwortel staat in contact met de twee grote beenderen van de onderarm.

Het spaakbeen of radius en de ellepijp of ulna. Dit is het radiocarpale gewricht en zorgt voor de grootste beweging in de pols.
Tussen het spaakbeen en de ellepijp zelf is er nog een klein gewrichtje (het distaal radioulnair gewricht of DRUJ-gewricht) dat belangrijk is bij draaibewegingen met de pols.

Naast deze beenderige structuren zijn er natuurlijk nog heel veel spieren, pezen, gewrichtsbanden (ligamenten), gewrichtskapsels, zenuwen en bloedvaten aanwezig.
Dit alles zorgt ervoor dat de hand en pols een complex geheel is van verschillende structuren die in harmonie moet werken om goed te kunnen functioneren.

Elleboog

Het ellebooggewricht bestaat uit 3 gewrichten die bedekt zijn met kraakbeen en omgeven worden een gewrichtskapsel

  • het gewricht tussen de ellepijp (ulna) en de bovenarm (humerus)
  • het gewricht tussen de ellepijp (ulna) en het spaakbeen (radius)
  • het gewricht tussen het spaakbeen (radius) en de bovenarm (humerus)

De gewrichten worden verstevigd met gewrichtsbanden of ligamenten en zorgen voor stabiliteit.