Polsartrose

Omschrijving

Polsartrose is slijtage van het kraakbeen in de pols waardoor het gewricht minder beweeglijk wordt, maar ook pijnlijk en gezwollen kan zijn. De pols bestaat uit verschillende gewrichten, en de artrose kan dus op verschillende niveau’s ontstaan in de pols. Het gewricht tussen hand en pols (= radiocarpale gewricht), het gewricht tussen de verschillenden middenhandsbeenderen (= midcarpale gewricht) en het gewricht tussen spaakbeen en ellepijp (= distale radioulnaire gewricht of DRUJ).

Klachten

Artrose bestaat in verschillende graden van ernst. In een beginstadium kan het zijn dat er nog relatief weinig klachten zijn. Wanneer de artrose verder vordert, ontstaat er pijn tijdens beweging van het aangedane gewricht. Er is vaak ook een stijf of stram gevoel. Dit treedt voornamelijk op na een tijdje niet beweging. De zogenaamde "ochtendstijfheid" is hier een voorbeeld van. Verder kunnen ernstig aangetaste gewrichten een krakend gevoel geven en uiteindelijk ontstaat er vaak ook een effectieve bewegingsbeperking. Artrose geeft regelmatig een ontstekingsreactie, wat zich uit in een gezwollen gewricht door ophoping van ontstekingsvocht.  Patiënten kunnen ook klagen van een verminderde kracht.

Oorzaak

De juiste oorzaak van polsartrose is niet altijd te achterhalen, maar vaak ligt een vroeger doorgemaakt ongeval, infectie of een reumatische aandoening aan de basis.

Bijvoorbeeld een miskende breuk in het scaphoid of een scheur van het scapho-lunaire ligament kan over het verloop van een tiental jaar progressieve slijtage van het polsgewricht geven. Andere oorzaken zijn een slecht geheelde breuk van de pols. Soms krijgt een van de middenhandsbeenderen te weinig bloedsvoorziening (ziekte van Kienböck of ziekte van Preiser) en kan dit een inzakking veroorzaken van het aangetaste beentje met op termijn ook artrose tot gevolg.

Onderzoeken

Klinisch onderzoek geeft vaak al een vermoeden van de diagnose door de localisatie van pijn, al dan niet gepaard gaande met zwelling en/of bewegingsbeperking.

Dit vermoeden kan bevestigd worden door gewone radiografieën van de pols. Indien het gewricht meer in detail bekeken moet worden kan een arthro-CT of SPECT-CT genomen worden.

Behandeling

In een beginstadium bestaat de behandeling uit het verminderen van de polsbelasting door bijvoorbeeld het dragen van een brace of het aanpassen van werk. We kunnen de onstekingsreacties aanpakken door het nemen van ontstekingsremmers of het inspuiten van de betrokken gewrichten met cortisone.

Wanneer hiermee onvoldoende pijnverlichting bereikt wordt, kunnen verschillende operaties voorgesteld worden afhankelijk van de plaats en graad van artrose en afhankelijk van de leeftijd van de patiënt en zijn beroep of andere activiteiten.

Scaphoidectomie en four corner fusie
Hier wordt het scaphoidbeentje weggenomen en worden 4 ander beentjes aan elkaar vastgezet. Om deze ingreep te kunnen uitvoeren moet er nog gezond kraakbeen aanwezig zijn ter hoogte van het spaakbeen en het lunatum en triquetrum. Doordat alleen de versleten gewrichten vastgezet wordt en er nog een deel van het polsgewricht gespaard wordt, behoudt de patiënt toch nog enige polsbeweeglijkheid. Gemiddeld blijft er ongeveer 45% van de normale polsbeweeglijkheid bewaard en verkrijgt men ongeveer 80% van de kracht terug ten opzichte van de gezonde zijde.

Proximale rij carpectomie
Een proximale rij carpectomie is het verwijderen van de eerste rij polsbotjes (scaphoideum, lunatum en triquetrum) uit de pols. Dit zijn de polsbotjes die het dichtst bij de onderarm liggen en hiermee een gewricht vormen. Hierna komt één van de polsbotjes uit de tweede rij (capitatum) tegen het spaakbeen van de onderarm aan te liggen en vormt zo een nieuw scharnierpunt en gewricht. Soms kan er geopteerd worden om een recurfacing prothese te plaatsen ter hoogte van capitatum om de hoogte van de pols meer te kunnen bewaren. De uiteindelijke kracht en beweeglijkheid na de ingreep is vergelijkbaar met deze na een four corner fusie.

Het is niet ongewoon dat zowel na een four corner fusie als na een proximale rij carpectomie progressief bijkomende artrose ontstaat in de bewaard gebleven gewrichten. Gemiddeld moet er na een 10-tal jaar toch een totale polsartrodese of een totale polsprothese uitgevoerd worden.

Totale polsartrodese
Indien het volledige polsgewricht versleten is, en indien de patiënt nog te jong is voor een polsprothese of te zwaar belastend werk uitoefent, dient het volledige polsgewricht te worden vastgezet. Patiënten blijven dan wel in staat de onderarm te draaien en de vingers normaal te gebruiken.

Radiocarpale polsprothese
In uitzonderlijke gevallen kan gekozen worden om het polsgewricht te vervangen door een prothese. Ook hier kan men wat bewegingsbeperking verwachten na de operatie, maar er blijft voldoende beweeglijkeid over zodat er geen hinder ondervonden wordt bij dagdagelijkse normale activiteiten. Na de ingreep dient de belasting beperkt te worden om vroegtijdige slijtage of loslating van de prothese te voorkomen. 

DRUJ prothese
Hier wordt enkel het scharniergewricht tussen het spaakbeen en de ellepijp vervangen en wordt de draaifunctie van de pols hersteld.

Nabehandeling

De duur van immobilisatie door middel van een gips is afhankelijk van het type ingreep. Onmiddellijk gebruik en mobilisatie van de vingers wordt aangeraden. Nadien mag er progressief bewogen worden met de pols al dan niet met behulp van een kinesist. Het herwinnen van de kracht komt meestal een stuk later. Gemiddeld bedraagt de revalidatie na deze ingrepen een 3 tot 6 maanden.