Correctieve osteotomie

Omschrijving

Een correctieve osteotomie is een standcorrectie (= osteotomie) van de pols na een niet goed genezen polsbreuk.

Klachten

Indien na een polsbreuk de pols nog pijnlijk blijft kan dit te wijten zijn aan een niet perfecte stand. Vaak is er ook functieverlies en beperkte beweeglijkheid. In extreme gevallen is er ook uitwendig een standafwijking te zien.

Een andere reden om te opereren is om te voorkomen dat er vroegtijdige slijtage (artrose) van de pols zou optreden en er op termijn klachten zouden ontstaan. Door de standafwijking kunnen bepaalde delen van het polsgewricht abnormaal zwaar belast worden, waardoor vroegtijdige slijtage kan optreden. Indien er reeds uitgebreide artrose in het polsgewricht aanwezig is, is een correctie-osteotomie minder of niet meer zinvol. Een ander soort operatie kan dan overwogen worden.

Oorzaak

Na een breuk van het spaakbeen en/of ellepijp, kunnen de botuiteinden vastgroeien in een abnormale stand (een malunion). De typische afwijking na een polsbreuk is een verkorting en kanteling van het spaakbeen. Hierdoor passen de gewrichtsoppervlakken van het polsgewricht niet meer goed op elkaar.

Onderzoeken

Een standaard RX kan de standafwijking aantonen. Om de ingreep voor te bereiden en te berekenen hoeveel het spaakbeen terug verlengd en gekanteld moet worden, zal er nog een bijkomende CT-scan uitgevoerd worden. Indien het om een complexe breuk gaan kan ook van de andere pols (met normale verhoudingen) een scan gemaakt worden en met behulp van een computerprogramma wordt dan op basis van de vorm van de andere pols de ideale stand van de aangetaste pols nagemaakt.

Via de computer wordt dus de correctie nagemaakt. Deze gegevens worden door een gespecialiseerde firma verwerkt die ons “guides” verschaffen.

Deze guides worden dan geplaatst op de “slechte” pols en zullen ons exact helpen om het bot op de juiste plaats en onder de juiste hoek door te nemen.

We bekomen op deze manier terug 2 identieke polsen.

Behandeling

Een correctie osteotomie is het corrigeren van een standafwijking door middel van het doorzagen en opnieuw in de juiste stand zetten van de polsbeenderen Hierbij wordt de verkorting en de hoekstand gecorrigeerd (al dan niet met de vooraf berekende guides), zodat weer een normale stand en een passend gewricht wordt verkregen. Het bot wordt in de juiste stand gefixeerd met een plaatje en schroeven. Soms wordt de lege ruimte die zo ontstaat opgevuld met bot uit de bekkenkam.

Nabehandeling

Na de operatie wordt er een gips aangelegd. De vingers zijn vrij en moeten goed bewogen worden vanaf de eerste dag na de ingreep.

Twee tot drie weken na de operatie wordt het gips verwijderd. Een afneembare spalk (brace) wordt gemaakt. Soms wordt er beslist kinesitherapie voor te schrijven. De eerste oefeningen zijn vooral om de pols beweeglijker te maken en de vingers weer goed te laten buigen, strekken en draaien. Meestal mag na zes tot acht weken met krachttraining worden begonnen.

De totale revalidatie neemt ongeveer 3 tot 6 maanden in beslag.
Er kunnen soms, ondanks de correctie, toch nog enige restklachten en beperkingen aanwezig blijven.