Vinger artrose

Omschrijving

Artrose (kraakbeenslijtage) van hand- of vingergewrichten is zeer frequent, soms aanwezig op relatief jonge leeftijd, funtioneel soms heel invaliderend, en daarenboven soms heel mutilerend voor een hand of vinger en meestal pijnlijk.

Klachten

Het begint meestal met stijfheid in de vingers. De klachten zijn het ergst na een periode van rust. Dit wordt ook wel startpijn genoemd. Vooral na het opstaan in de ochtend geeft het klachten. De stijfheid verdwijnt nadat de vingers weer in beweging komen. Als de hand zwaar of langdurig wordt belast, kunnen er pijnklachten ontstaan. Met name als er kracht wordt gezet met de vingers. Als de vinger dik en warm wordt, is er sprake van een ontsteking.

De vingers kunnen bij artrose er wat knokig uit gaan zien. Dit komt omdat er aan de randen van de gewrichten in de vingers extra botweefsel groeit. Dit zorgt er ook voor dat de vinger soms niet meer helemaal kan strekken of buigen. Soms treedt er ook een scheefstand op van de vinger.

Oorzaak

Het kraakbeenverlies kan veroorzaakt worden door bv een vroeger opgelopen trauma waardoor de gladde gewrichtsoppervlaktes beschadigd werden. Deze beschadiging kan ook ontstaan zijn door een infectie.
Door veelvuldig gebruik of belasting van bepaalde gewrichten kan het kraakbeen ook spontaan afslijten.

Het kraakbeen kan ook afgebroken worden door cellen die het gewricht aantasten in “auto-immuun” aandoeningen zoals bv reumatoïde artritis

Onderzoeken

De diagnose is meestal gemakkelijk vast te stellen aan de hand van een klinisch beeld (zwelling, warmte, scheefstand, bewegingsbeperking). De graad van artrose en de beenderige aanwas kan men vaststellen op röntgenfoto’s.

Behandeling

De behandeling is sterk afhankelijk van de lokalisatie van de artrose, en steeds moet rekening gehouden worden met een maximaal herstel van de handfunctie.

Elk gewrichtsprobleem dient individueel aangepakt te worden, na overleg met de patiënt.

In de beginfase kan men nog proberen de pijn onder controle te houden met conservatieve therapie met  het aanpassen van de activiteiten, pijnstillers, onstekingsremmers en corticosteroïde infiltraties.
Chirurgie is de enige definitieve behandeling voor persisterende pijnproblemen, maar geen enkele ingreep kan een 100% normale functie garanderen. Er zijn verschillende ingrepen mogelijk waaronder een ascorrectie, het wegnemen van botaanwas en ontstekingsweefsel, en eventueel vervangen van kleine handgewrichten door een prothese. Dit is delicate heelkunde en mag de functie niet verergeren.  Soms is het definitief vastzetten van een eindgewricht van een vinger een goede keuze.
Welke ingeep voor het beste aangewezen is, zal uw chirurg met u bespreken.

Nabehandeling

Afhankelijk van de ingreep worden de activiteiten aangemoedigd of afgeraden. Gewrichten die vastgezet werden (artrodese), zullen tijdelijk worden beschermd om de heling te bevorderen gezien ze niet de bedoeling hebben nadien nog te bewegen. Na een prothese of synovectomie (wegnemen van ontstekingsweefsel en botaanwas) is bewegen meestal toegelaten om de genezing van het geopereerde of naburige gewricht te bevorderen. Uw arts zal u na de ingreep uitleggen wat wel en niet toegelaten is. Herstel van de functie kan een tijdje duren.