Tenniselleboog

Omschrijving

Tenniselleboog of "laterale epicondylitis" is een ontsteking van de pezen aan de buitenkant van de elleboog die erg pijnlijk kan zijn.

Omdat mensen die tennis spelen of andere racketsporten beoefenen dit probleem soms ontwikkelen door een slecht speltechniek, is het gekend geraakt onder de naam tenniselleboog.

2.     Klachten

De zone die de meeste last geeft, is gewoonlijk het beenderig uitsteeksel aan de buitenzijde van de elleboog (laterale epicondyl). Dit is de plaats waar de strekpezen van de pols op aanhechten. Deze zone voelt meestal pijnlijk aan bij drukken. De pijn wordt meer uitgelokt bij het strekken van de pols of de vingers vnl. tegen weerstand. De pijn is over het algemeen meer aanwezig tijdens of na herhaaldelijk gebruik van de arm, hand en pols. In meer ernstige gevallen kan zelfs het opnemen of grijpen van lichte voorwerpen erg pijnlijk en moeilijk zijn.

3.     Oorzaak

Overbelasting van de arm kan de peesaanhechting ter hoogte van de elleboog beschadigen en de symptomen van een tenniselleboog veroorzaken.

4.     Onderzoeken

Een tenniselleboog is in eerste instantie een klinische diagnose. Soms worden radiografische opnamen alsook een echografie genomen om te zien of er geen andere oorzaken zijn die het klachtenpatroon kunnen verklaren.

5.     Behandeling

Er zijn zeer veel verschillende behandelingen voor een tenniselleboog en geen enkele kan 100% garantie geven op een succesvol resultaat.
In eerste instantie is de behandeling conservatief. Dit kan door tijdelijke rust in te lasten door bijvoorbeeld bepaalde sportactiviteiten of repetitieve activiteiten stop te zetten.

Er kan eventueel bijkomend een tenniselleboogverband gedragen worden waarbij de tractie op de aanhechting van de pees op het bot anders verdeeld wordt.
 
Soms geven wij ook een nachtbrace met de bedoeling de pezen ’s nachts te laten ontspannen. Hierbij wordt de pols dan lichtjes in strekstand gehouden.
Kinesitherapie kan soms ook beterschap geven. Hierbij worden de pezen gestretcht en kunnen er diepe fricties uitgeoefend worden en de spieren verstevigd worden. 

Indien er  geen duidelijke beterschap is opgetreden, wordt een inspuiting thv. de zijkant van de elleboog gegeven met cortisone. Indien de inspuiting gedeeltelijk geholpen heeft, kan een tweede infiltratie overwogen worden.
Voor shockwave therapie of ESWT worden de patiënten doorverwezen naar de dienst fysische geneeskunde. Hier wordt de ontstoken pees drie maal behandeld met kleine schokgolven. 

Bij falen van conservatieve therapie wordt in overleg met patiënt aan heelkunde gedacht. De heelkundige ingreep houdt in dat de ontstoken zone wordt gezuiverd en dat de peesaanhechting lichtjes wordt verlegd zodanig dat de spanning op deze pezen verminderd. Op deze manier kunnen zij beginnen genezen, maar dit proces neemt nog vaak verschillende weken in beslag.

Bij persisterende klachten moet men ook denken aan een druk op een zenuw in de onderarm (nervus interosseus posterior). Dit wordt PIN syndroom genoemd. De klachten zijn gelijkaardig aan deze van een tenniselleboog met drukgevoeligheid op ongeveer 4cm van de buitenzijde van de elleboog. Er is pijn bij strekken van de pols en bij strekken van de middenvinger tegen weerstand. De behandeling is heelkundig en bestaat uit het vrijleggen van de zenuw.

6.     Nabehandeling

Wanneer een heelkundige ingreep heeft plaatsgevonden, zal heel progressief mobilisatie van de elleboog toegelaten worden. De instructies van de chirurg dienen nauwgezet opgevolgd te worden om een nieuwe overbelasting te vermijden. Krachtsinspanningen dienen nog enkele weken vermeden te worden.

De kans op succes en dus het volledig verdwijnen van de klachten is bij elke behandeling ongeveer 80%.